Genealogie van het geslacht

Menkman/Minkman/Van Eijk Menkman/Meijnikman

 

 

  Home
  Inleiding
  Menkman
  Minkman
  Van Eijk Menkman
  Meijnikman

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het begin van een vermoeiende doch boeiende reis

Genealogie of stamboomonderzoek is een fascinerende bezigheid. Met een naam of datum als uitgangspunt stap je op een dag vol goede moed een archief binnen. Nadat de archivaris je wegwijs heeft gemaakt, begin je aan de boeiende speurtocht naar je voorouders.

Met behulp van de tienjarige tafels en de DTB-naamlijsten kom je stap voor stap steeds dichter bij je doel: het lokaliseren van de oudste stamvader. Telkens als je een naam rijker bent, kijk je reikhalzend uit naar een volgende generatie. De bezigheid is verslavend, ze houdt je in haar macht, je kunt er geen genoeg van krijgen. De talrijke tegenslagen wegen immers niet op tegen de schaarse doch fortuinlijke vondsten. Tot het moment dat je vast zit, een bedreiging die altijd al in je achterhoofd sluimerde. Waar je ook zoekt, je komt gewoon niet meer verder en de tocht lijkt ten einde.

 

De route naar de stamvader

Voordat ik in 1991 aan mijn speurtocht begon, was ik ervan overtuigd dat het geslacht Minkman niet erg groot was. Mijn oordeel baseerde ik op de familieverhalen, de personen uit mijn naaste omgeving en het handjevol -onbekende- naamgenoten in de regionale telefoongids.

In de tienjarige tafels en de DTB-lijsten in het rijksarchief van Gelderland stonden tot mijn verbazing echter meer naamgenoten dan verwacht. Bovendien dook hier en daar ook de naam Menkman op. Met de naam van mijn overgrootvader, Karel Minkman (1868-1956), en zijn geboortedatum als uitgangspunt had ik binnen afzienbare tijd een stamreeks samengesteld. De tientallen andere naamdragers bleven me echter boeien.

 

De situatie die ik hierboven schetste ligt helaas aan dit onderzoek ten grondslag. In de eerste helft van de achttiende eeuw liep het spoor namelijk dood. De doopdatum van Harmen Minkman, de toenmalige stamvader, kon ik nergens vinden. Aangezien zijn kinderen in Spankeren opgroeiden, vermoedde ik dat hij daar ook wel eens vandaan kon komen. Het trouwboek van Brummen bevestigde deze veronderstelling. Op 9 april 1745 ging Harmen Minckman binnen deze kerkelijke gemeente in ondertrouw. Achter zijn naam stond de aantekening 'j.m. van Spankeren'. Ondanks deze notitie kwam Harmens naam niet voor in het doopregister van Spankeren. Tenminste, niet op deze schrijfwijze.

 

Vroeger was het gebruikelijk namen te noteren zoals men ze hoorde. Spellingsvarianten waren dus eerder regel dan uitzondering. Dialectinvloeden droegen hier een belangrijk steentje aan bij. Het is maar net hoe de tongval van Harmens vader was en hoe de koster de gesproken woorden opschreef. Om een lang verhaal kort te maken, hij kwam toch voor in het kerkboek van Spankeren en wel onder de naam Hermen Meinkman. Hermen was de zoon van de hovenier Melchior Meinkman en Willemijn Jansen. Achter de doopdatum, 14 maart 1721, was het Latijnse 'spurius' toegevoegd, wat 'onecht' betekent. Ondanks het feit dat Harmen dus een buitenechtelijk kind was, droeg hij toch de naam van zijn vader.

 

Melchior; de koning (God) is licht

Meteen rees de vraag wie deze Melchior Meinkman was. Op dezelfde pagina van die naamlijst kwam tevens een zekere Melchert Meintman voor, soms ook gespeld als Meintmans of Meijntmans. Beide familienamen lijken als twee druppels water op elkaar. De combinatie van zowel deze voor- als achternamen leek me uniek. Mijn conclusie luidde dan ook dat de vader van Hermen en deze Melchert Mei(j)ntman(s) een en dezelfde persoon was.

Uit de kerkboeken maakte ik op dat Melchert Mei(j)ntman(s) en zijn echtgenote Anna Noormans in 1700 hun zoon Roelof te Ellecom lieten dopen. Twee jaar later werd Martinus geboren, in 1704 een tweede Roedolf en in 1706 de tweeling Laurens en Anna. Weer twee jaar later kwam een tweede Martinus ter wereld. Pas in 1721, dertien jaar na de geboorte van zijn jongste zoon, zag Hermen het levenslicht. Van moeder Anna Noormans was nu geen sprake meer; een vrouw met de naam Willemijn Jansen verscheen ten tonele.

Welke rol speelde Willemijn Jansen in het leven van Melchior? Was in 1721 zijn echtgenote reeds overleden of was Melchior soms buiten zijn boekje gegaan. Indien Anna Noormans daadwerkelijk niet meer in leven was, dan lag het toch voor de hand dat Melchior ongestoord met de moeder van zijn zevende kind had kunnen trouwen.

 

Enige helderheid omtrent deze kwestie verschafte een bijdrage van de heer Willy-Jan Brusse (*1944) uit het Canadese Calgary. In maart 1992 stuurde hij een artikel voor toevoeging aan het 'Brusse-dossier' naar het Centraal Bureau voor Genealogie in 's-Gravenhage. Brusse vergezelde zijn artikel van een brief, waarin hij zijn opzet uiteenzette. Hieruit blijkt dat het verslag, dat zeven pagina's telt, ook voor deze genealogie van zeer groot belang is.

Toen in 1813 Elisabeth Brusse-Metz -een voormoeder van genoemde W.J. Brusse- overleed, nam haar oudste zoon, Hendrik Jan Brusse (1763-1846), de ganzenveer ter hand om enkele genealogische gegevens voor het nageslacht op Oudhollands papier te conserveren. Hij baseerde zich op een inlegvel van een statenbijbel, die door overerving via de vrouwelijke lijn in de familie Brusse waren terechtgekomen.

Nu wil het toeval dat dit inlegvel begint op 24 januari 1700, de huwelijksdatum van Melchior en Anna Noormans. Naar verluidt heeft het echtpaar zich in Waalwijk het jawoord gegeven. Naspeuringen van mijn kant in zowel het rijksarchief in Noord-Brabant als in het gemeentearchief van Waalwijk zelf, bleven -in eerste instantie- vruchteloos. De namen van Melchior en Anna kwamen in deze archiefbewaarplaatsen niet voor.

 

Buiten de trouwdatum van Melchior en Anna kwamen uit genoemde bijdrage van Brusse nog enkele interessante feiten naar voren. De twee belangrijkste waren wel de overlijdensdatum van Anna, die reeds in 1717 stierf en het vermoedelijke geboortejaar van Melchior. Toen hij in 1751 -hierover later meer- heenging, noteerde men in de statenbijbel dat hij de ouderdom van negentig jaar had bereikt. Volgens een eenvoudig rekensommetje moet hij dus rond 1661 het levenslicht hebben aanschouwd.

 

Het Apeldoornse Loo

Buiten enkele namen en data van zijn kinderen en vrouwen wist ik nog niet bar veel van Melchior. Voordat ik het artikel van W.J. Brusse onder ogen kreeg, leidde het toeval me bereids naar Apeldoorn, waar ik drie frappante vondsten deed.

Tussen 1734 en 1744 kwamen hier vijf zonen van een zekere Jan Hendrik M(e)inkman en Grietje Thijmens ter wereld. In de kerkboeken staan de jongens zowel onder de naam Minkman als Meinkman geregistreerd. Bij de doop van een zoon voegde de koster eraantoe dat de inzegening "op 't huijs Loo" had plaatsgevonden.

De naam van Melchior zelf dook op in het register van een volkstelling uit 1747. Toentertijd woonde weduwnaar Melchior Meinckman als hovenier in de buurtschap Noord-Apeldoorn. Bij hem woonden "1 dogters kindt, de meijdt Gerritje Pelen en de drie knegts Henrick Jan Buurman, Willem Jan x Johan Wilhelm Hoofdt."

Uit het begraafboek tenslotte bleek Melchiors overlijdensdatum. Op woensdag 12 mei van het jaar 1751 deed een zekere Egbert [Jacobs] aangifte van zijn verscheiden. Die ochtend, om zes uur, had Melchior Meinkman, Mr. Zinjuier op Het Loo, zijn laatste adem uitgeblazen. Vijf dagen later vond de teraardebestelling plaats.

 

Rudolf, de vader van Melchior?

Apeldoorn leverde dus een aantal opmerkelijke resultaten op. Het eerste wat opviel was natuurlijk de schrijfwijze van de familienamen. Evenals in de kerkboeken van Ellecom en Spankeren kwam ook hier de wisseling van de -ei- naar de -i- of omgekeerd om de hoek kijken.

Verder sprong natuurlijk de eventuele connectie met Paleis Het Loo in het oog. Het Loo behoorde tot de buurtschap Noord-Apeldoorn, waar -zoals uit de volkstelling bleek- Melchior woonde. Terwijl hij hier in 1747 nog het beroep van hovenier uitoefende, was hij vier jaar later opgeklommen tot "Mr. Zinjuier."_ Ook naamgenoot Jan Hendrik stond -afgaande op de doop van een van zijn zonen- op een of andere wijze met Het Loo in verband.

Een relatie met de Oranjes? Naspeuringen in de archieven van de Nassause Domeinen bevestigden mijn vermoeden. Meer dan een halve eeuw had Melchior bij het vorstenhuis op de loonlijst gestaan. Zijn loopbaan begon in 1700, het jaar waarin hij een aanstelling kreeg als tuinman op het Hof van Dieren. Na zijn promotie werd hij in 1729 directeur en opzichter van de tuinen op Paleis Het Loo. Negen jaar later kreeg hij ook de fonteinen onder zijn hoede. Beide functies oefende hij tot zijn dood in 1751 uit.

Aangezien ook Melchiors naasten, zoals zijn twee zonen, schoonzoon en twee kleinzonen, goede posities bij het vorstenhuis hadden weten te verwerven, begon ik me te verdiepen in de verblijven van de Oranjes. Vooral Honselersdijk trok mijn aandacht. Bij deze residentie ligt namelijk Naaldwijk. De naam van deze stad lijkt heel veel op Waalwijk, de vermeende huwelijksplaats van Melchior en Anna. Zou Hendrik Jan Brusse bij het overnemen van de familiegegevens een schrijffout hebben gemaakt? De prilste gegevens op het inlegvel van de statenbijbel waren natuurlijk in begin achttiende-eeuws schrift vastgelegd. Wellicht leverde dat leesproblemen op voor de negentiende-eeuwse Brusse. Raadpleging van het originele vel zou uitsluitsel kunnen geven. Gelukkig was de familie Asbeek Brusse die het inlegvel in haar bezit heeft, zo vriendelijk mij een fotokopie te sturen. Hieruit blijkt dat Melchior niet in de Brabantse stad, maar in Naaldwijk zijn jawoord aan Anna heeft gegeven.

 

Apeldoorn leverde tenslotte nog een belangrijk aanknopingspunt op met betrekking tot de naamgeving van de kinderen. Het kwam vroeger meermaals voor dat ouders hun eerstgeboren zoon naar de opa van vaders kant vernoemden. Vermoedelijk deed zich hier een soortgelijk geval voor. Zowel Melchiors oudste als derde zoon heette Roelof. Ook twee zonen van Jan Hendrik, waaronder de eerstgeborene, droegen de naam Rudolph. Een kind uit het huwelijk van Martinus, de jongste zoon van Melchior en Anna Noormans, kreeg eveneens de doopnaam Roedolph mee.

Het is heel goed mogelijk dat de in Saksische streken populaire naam Rudolf, wat ongeveer 'roemrijke wolf' betekent, verwijst naar de vader van Melchior. Het is zelfs niet ondenkbaar dat die naam tevens terugslaat op een voorvader van Jan Hendrik.

Er bestond voor mij lange tijd onduidelijkheid over de relatie tussen Melchior en Jan Hendrik. Waren beide mannen broers, neven of berustte hun naamsovereenkomst louter op toeval? Mijn hypothese was dat Jan Hendrik naar alle waarschijnlijkheid een zoon was van Melchiors -tot nu toe naamloze- broer. Immers, toen de kinderen van Melchior en Anna Noormans al lang op eigen benen stonden, moest Jan Hendrik nog aan gezinsuitbreiding denken.

Opheldering omtrent deze familiekwestie verschafte een boedelbeschrijving uit 1746. In dat jaar overleed Jan Hendrik Meinkman op Het Loo. Bij het opmaken van deze inventaris was Melchior aanwezig ‚n wel in de hoedanigheid van oudoom van Jan Hendriks vier kinderen. De gestorven Jan Hendrik was dus inderdaad de zoon van Melchiors broer.

 

De herkomst van Melchior

Mijn vraag -wie was Melchior Meinkman- was door al deze vondsten voor een groot deel beantwoord. Weliswaar nog niet geheel bevredigend, maar toch ruimschoots want de puzzelstukjes pasten steeds beter in elkaar. Wat bleef, was de vraag waar Melchior vandaan kwam. Het trouwboek van Naaldwijk had hierbij uitkomst kunnen bieden. Naast de namen van de echtelieden noteerde een koster namelijk ook vaak hun geboorteplaats. De kerkbewaarder van Naaldwijk had dit echter verzuimd.

Afgaande op de voornamen 'Melchior' en 'Rudolph' vroeg ik me af of er wellicht Duits bloed door de aderen van onze stamvader stroomde. Eigenlijk was die gedachte niet zo heel vreemd. Eeuwen geleden waren de grenzen minder nadrukkelijk aanwezig dan nu. Seizoenarbeiders probeerden hun geluk in een naburig land te beproeven. Als ze hun draai gevonden hadden, dachten ze vaak niet meer aan hun terugkeer. Vooral als ze inmiddels een gezin hadden gesticht.

Aangezien Nederlands onderzoek naar de herkomst van Melchior geen vruchten had afgeworpen, richtte ik mijn aandacht op de archieven van onze oosterburen. De Duitse speurtocht begon in Wesel. Ten noorden van deze plaats ligt Hamminkeln, een stad wier naam enigszins klinkt als onze familienaam. In het alfabetische register van een boek over Wesel komen de namen Minkelman/Menkelman voor met betrekking tot de naam 'Haminkelman'. Deze naam betekent "een man die uit Hamminkeln stamt." Reeds in 1346 kreeg een zekere Gherardus Hamminkelman het burgerrecht van de stad Wesel._ In datzelfde jaar kwam er in de stadsrekening de hierboven genoemde naam Minkelman/Menkelman voor. Gezien de verschillende schrijfwijzen was de naam Hamminkelman waarschijnlijk reeds binnen afzienbare tijd aan veranderingen onderhevig geweest.

 

(Burg)Steinfurt

Tussen deze 'Duitse' Gherardus Hamminkelman en onze 'Nederlandse' Melchior Meinkman liggen vier duistere eeuwen. Of beide mannen verre verwanten van elkaar zijn? Of de geboorteplaats van Melchior ooit zal zijn te achterhalen?

Lange tijd bleven dat open vragen, totdat ik in het trouwboek van de Burgerlijke Gemeente van Winterswijk op een zekere Elisabeth Meinkmans stuitte. In de lente van 1805 trad zij bij het huwelijk van haar dochter als getuige op. Op 11 mei van dat jaar gaven Hendricus Harmsen en Aleida Cristiena Beckers elkaar het jawoord. Deze achtentwintigjarige dochter van wijlen Johan Beckers en bovengenoemde Elisabeth was afkomstig uit Oedink, doch geboren in Burgsteinfurt.

Tijdens een bezoek aan het gemeentearchief van Amsterdam dook de plaats Burgsteinfurt nogmaals op. In vorige eeuwen vertrokken verschillende personen met de naam Minkmans, Menkmans, Meinckmans of Meijni(c)kman naar de Nederlandse hoofdstad. Van velen van hen staat vast dat ze uit Burgsteinfurt kwamen. Frappant is dat ook bij deze groep mensen de naam Roelof veelvuldig voorkwam.

 

Hollich

Naar Burgsteinfurt in Münsterland leidde dus een hoopvol spoor. In Hollich, ten zuiden van de landstraat Burgsteinfurt-Nordwalde (Emsdetten) staat het eeuwenoude 'Hof Meinikmann'. De aanwezige gracht en de gedeeltelijk bewaard gebleven binnenwal, die nog enkele meters hoog en breed is, duiden erop dat het statige 'Hof Meinikmann' eens een goed versterkte hoeve was.

Vroeger had 'Hof Meinikmann' dan ook een bijzondere betekenis. Samen met enkele andere boerderijen lag de hoeve aan de 'Hohen via Regia', de Hoge Koningsstraat. Ten tijde van Karel de Grote (796) was deze oude verkeersstraat een belangrijk strategisch punt, die de bewoners van 'Hof Meinikmann' moesten bewaken. Vanuit de spijker hadden de Meinikmanns goed uitzicht op de straat. Tevens bood dit gebouw een zekere bescherming. De benedenverdieping van de spijker was namelijk opgetrokken uit zware rotsblokken waarin vier schietgaten zaten. Hiervan zijn er later drie dichtgemetseld. Ook in andere tijden van krijgsgeweld speelde 'Hof Meinikmann' een beduidende rol. Tot na de Tweede Wereldoorlog stond hier een opmerkelijke schuur, de zogenaamde 'kistenschuur'. Volgens mondelinge overlevering konden de buren hierin hun gebeeldhouwde kisten met kostbaarheden onderbrengen.

 

De bewoners van 'Hof Meinikmann'

De Meinikmanns hebben altijd tot de meest gerenommeerde en leidinggevende families van Hollich behoord. Zo vervulden ze een belangrijke rol in het bestuur van de marken. Ook hechtten ze veel waarde aan het onderwijs van hun kinderen. Er bevond zich zelfs een bijschooltje op de hoeve, wat de stad een doorn in het oog was.

Meinikmanns waren dus geboren leiders en mensen van aanzien. Eens zette een Meinikmann zich succesvol in bij de toewijzing van markengrond aan kleine keuterboeren die er eigenlijk geen recht op hadden. En een andere Meinikmann stelde in 1789 een verzoekschrift op voor de graaf van Steinfurt. Hierin verzocht hij de graaf om de plaatselijke kleine wevers te ontzien. Hij sloeg voor hen een specifieke belasting kwijt te schelden, omdat zij het bedrag wegens armoede niet konden opbrengen.

In de loop der eeuwen zijn veel zonen van 'Hof Meinikmann' naar de stad getrokken om daar een burgerlijk bestaan op te bouwen. Onder hen kan zich 'onze' Melchior bevonden hebben.

 

Emeritus dominee W.J.A. van 't Einde stelde in 1981 de stamreeks 'Flintermann-Meinickmann' op._ Voor de vroegste genealogische gegevens baseerde hij zich op het werk van zijn Duitse vakgenoot Pfarrer Engel. In die betreffende stamreeks duikt de voornaam Melchior herhaaldelijk op, evenals de naam Rudolf.

Zoals de rekensom ons hierboven al leerde, moet Melchior omstreeks 1661 geboren zijn. Rond die datum, te weten op 16 december 1668, vond er in Burgsteinfurt de doop plaats van Johann Melchior Meinikmann. Hij was het derde kind van de gereformeerde Roleff Meinickmann en Katharine (Thrine) tho Veltrup, die medio maart 1663 trouwden.

Volgens de predikanten Engel en Van 't Einde zou deze Johann Melchior aan het begin van de achttiende eeuw zijn jawoord hebben gegeven aan Enneke Flintermann (1681-1753), de erfdochter van een naburige boerderij. De heer Kossmann daarentegen is ervan overtuigd dat niet Johann Melchior Meinikmann, maar een man met de naam Melchior Pilat met haar trouwde. Hij baseert zich op de kerkboeken, waarin iemand de beide Melchiors heeft verwisseld.

Mocht de theorie van Kossmann kloppen, dan zou deze Johann Melchior Meinikmann en 'onze' Melchior Meinkman een en dezelfde persoon kunnen zijn. Temeer omdat Johann Melchior waarschijnlijk als 'Melchior' door het leven ging, aangezien er drie jaar na zijn doop een broertje met alleen de naam Johann werd geboren.

 

De betekenis van de familienaam

De familienaam is voor een aantal betekenissen vatbaar. Meintman, de oudste in Nederland gevonden naam, zou op "de man van de meint" kunnen slaan. De 'meint(e)' of 'meent(e)' is een onverdeelde gemeenteweide oftewel een gemeenschappelijke grond.

In de naam Meinkman gaan daarentegen weer de middelnederlandse zelfstandige naamwoorden 'me(i)nkenisse' of 'minkenisse' schuil. Deze woorden verwijzen naar een verminking, letsel of kwetsuur. Deze betekenis geeft ook het Mittelniederdeutsche Wörterbuch Schiller Lübben. Onder het woord 'Minke' verstaat het woordenboek een "Verstümmelung" (= verminking, J.C.M.), wat op een lichamelijk gebrek of op de gevolgen van een ongeluk bij een van onze voorvaderen zou kunnen duiden.

 

Als Melchior inderdaad van 'Hof Meinikmann' afkomstig is, dan ligt er een geheel andere betekenis aan de familienaam ten grondslag. Interessant is het hoe de schrijfwijze van 'Hof Meinikmann' zich meermaals heeft veranderd. Zo heette de hoeve door de jaren heen onder meer: Menekinch; to Meynckenhues; Meinerinck; Meineckeman; Meinickman; Meinigman; Meinckmans; Menckeman; Meininkman; Meinichman; Meinickmann en het tegenwoordig nog gangbare Meinikmann.

Duitse geleerden verschillen van mening over de betekenis. Volgens de een is de naam van de hoeve afgeleid van de persoonsnamen Meinward of Meginhard. Een ander haalt de afkortingen Meno, Mein en Meneke aan. Deze laatste namen behoren tot de Oudsaksische woorden Magan en Megin, die "kracht, sterkte" betekenen.

Een ding is echter zeker: voornoemde afkortingen zijn in het algemeen afgeleid van de volledige roepnaam Meinhard, die ook in de familienamen Meinert en Menke voortleeft.

 

De hypothetische voorouders van Melchior en zijn neef Jan Hendrik

Ook al is er tot nu toe nog geen concreet bewijs gevonden, toch is het aannemelijk dat Melchior en de vader van Jan Hendrik uit Burgsteinfurt afkomstig zijn. Om de lezer kennis te laten maken met enkele generaties van 'Hof Meinikmann' volgen hieronder de waarschijnlijke voorouders van 'onze' Melchior en Jan Hendrik.

 

Ter aanvulling op het familieboek dat in 1997 verscheen: in november 2009 ontdekte ik via Hyves dat er ook mensen met de naam Meijnikman in Nederland leven. Toen ik in de jaren negentig van de vorige eeuw met de stamboom bezig was, wist ik dat helaas niet, anders was ik er toentertijd achteraan gegaan. Destijds stond onderzoek via de computer nog in de kinderschoenen. Tegenwoordig echter kun je via diverse genealogische websites op internet snel gegevens bij elkaar sprokkelen, al moet je die gegevens uiteraard wel in de archieven zelf verifiëren. Momenteel ontbreekt me daar helaas de tijd voor, maar in de toekomst zal ik dat zeker doen. Door de gegevens die ik via internet vond, ben ik er ervan overtuigd was dat de voorvader van de familie Meijnikman in Nederland de twee jaar oudere broer was van onze Melchior, en dat de Meijnikmannen dus in deze genealogie thuishoren.

 

 

I. Berndt Meineking (Meinkeman), "Zeller", vermeld 1571-1585,

tr. ± 1550

Catharina Ton Groten Osterholte, overl. 1606,

dr. van "Zeller" Rudolph Groten Osterholt en Frau Styne in Borghorst.

Uit dit huwelijk

            1. Marie, volgt II.

            2. Styne, vermeld 1573.

 

 

 

II. Marie Meinikmann, erfdochter van de Meinickmann, het eerst vermeld in 1573,

tr.(1) Rudolf N.N., sedert zijn huwelijk ook genaamd Meineking.

Uit dit huwelijk:

            1. Berndt, "Bauschulte" der abdij Borghorst, overl. in Borghorst,

                tr.(1) Anna N.N.,

                tr.(2) Agnes Zur Becke.

            2. Stine,

                tr. 1618 Henrich Schulte Tho Gempt.

            3. Catharina,

                tr.(1) 17-10-1624 Colon Woltering Nordwalde,

                tr.(2) Volbert Scheddebrock.

 

 

Marie Meinikmann, erfdochter van de Meinickmann, het eerst vermeld in 1573,

tr.(2) Johann Floer (Tho Vloerhus, Vloder), geb. Borghorst, in 1608 vermeld als "Bauer Meinckmann," zn. van "Zeller" Melchior Floer.

Uit dit huwelijk:

            1. Roleff Meincking (Meinckmann), volgt III.

            2. Marie Meinckmann,

                tr. Tonies Elkmann, overl. 1652.

            3. Agnes Meinckmann, geb. 16-8-1612, petekind van de Borghorster abdis Agnes, gravin

                van Limburg Styrum.

            4. Margarete Meinckmann,

                tr. 14-8-1628

                Lubbert Schmedding, burgemeester, overl. 27-10-1629,

                zn. van Diedrich Schmedding en Ida Hoppenbrewer.

            5. Johann Meinckmann,

                tr. erfdochter Willermann in Borghorst en wordt daar Colon Willermann.

 

 

 

III. Roleff Meincking (Meinckmann), in 1640 vermeld als "Bauerrichter",

tr. 1630

Katryne Thom Groten Osterholt, overl. 3-8-1679,

dr. van Colon Rudolf thom Groten Osterholt en Alike Schulze König, Borghorst.

Uit dit huwelijk:

            1. Marie Meincking, geb. 25-11-1630,

                tr. 16-10-1656

                Schulte Löger Palstring, zn. van Schulte Henrich Palstring en Anna Schulze Rummeling.

            2. Stine Meincking, overl. 6-8-1679,

                tr. 1-11-1652

                "Zeller" Berndt Elckmann, zn. van "Zeller" Hermann Elckmann, geboren Tho Loghe

                en de erfdochter van Elckmann.

            3. Roleff Meinickmann, volgt IV.

            4. Thrine Meincking, geb. 1639,

                tr. 20-10-1662

                "Zeller" Löger Laugemann, overl. 19-8-1680.

            5. Johann Meincking, geb. 1644, genaamd Schulze Kolthoff, kerkeraadslid (1678), overl.

                23-2-1681,

                tr. 24-11-1672

                Stine Rummeling, geb. 1644, dr. van Schulze Berndt Rummeling en Grete N.N.

 

 

 

IV. Roleff Meinickmann, kerkeraadslid (1667-1668),

tr. 11-3-1663

Katharina (Thrine) Tho Veltrup, geb. 1642, dr. van Melchior tho Veltrup en Ennecke Köninck.

Uit dit huwelijk:

            1. Ennecke, geb. 20-11-1664,

                tr. 19-1-1684

                Colon Johann Wesseling, ged. 2-8-1654, overl. 15-9-1733,

                zn. van Colon Johan thom Bekhus, ook genaamd Wesseling, en Trine Wesseling, in

                Veltrup.

            2. Rudolph, ged. 3-10-1666, kerkeraadslid (1719-1720), overl. 23-3-1731,

                tr. 1710

                Agnes Hesseler, ged. 27-8-1684, overl. 22-11-1729,

                dr. van Colon Jan Hesseler en Elske Beckmann.

                [de vermoedelijke voorouders van het Nederlandse geslacht Meijnikman]

            3. Johann Melchior Meinikmann, ged. Burgsteinfurt 16-12-1668.

                [de vermoedelijke stamvader van de Nederlandse geslachten Menkman/Minkman]

            4. Johann, ged. 17-9-1671, klompenmaker, overl. 26-5-1761, woonde Burgsteinfurt,

                Hahnenstrasse,

                tr. Ennecke To Weemhoff (Weemscholte), overl. Burgsteinfurt 12-5-1747.

            5. Thrina, ged. 5-10-1673.

            6. Anna Elisabeth, ged. 8-11-1676, overl. 15-4-1760,

                tr. Colon Tonnis Beckmann, ged. 12-5-1669, overl. 9-4-1760,

                zn. van Colon Gerdt Beckmann en Agnes Wesseling.

            7. Marie, ged. 7-3-1680, overl. 26-10-1746,

                tr. Schulte Jan Leugering, ged. 2-3-1679, overl. 1741,

                zn. van Schulte Henrich Leugering en Elske Brand.

            8. Alheit, ged. 4-9-1687, overl. 23-2-1773,

                tr. Colon Engelbert Wermeling, overl. 18-2-1760.